Feestelijke aubergines

Het meest feestelijke gerecht dat ik afgelopen zomer met enige regelmaat gemaakt heb, is gegrilde aubergines met karnemelksaus en granaatappel uit het kookboek ‘Plenty’van Yotam Ottolenghi. Het smaakt niet alleen verrukkelijk, maar presenteert ook als een dolle.  Niet onbelangrijk is dat het ook nog eens eenvoudig te bereiden is. Tenzij je het voor grote groepen maakt, zoals ik deze zomer voor 150 personen op een feest, gedaan heb. Dan is het redelijk bewerkelijk om de vele granaatappels te ontleden en alle granaatappelpitjes een voor een over alle gegrilde aubergineplakjes te verdelen.

Het recept (uit: kookboek Plenty – Yotam Ottolenghi)
voor 4 personen

ingrediënten
2 grote lange aubergines
5 eetlepels olijfolie
1 1/2 theelepel (citroen)tijmblaadjes
1 granaatappel
1 theelepel za’atar (midden-oosterkruidenmengsel)
maldon zeezout en zwarte peper
Karnemelksaus
1,4 dl karnemelk
100 gram Griekse yoghurt
1 1/2 eetlepel olijfolie
1 kleine teen knoflook, fijngewreven
een snufje zout

Bereiding. Verhit de oven tot 200 graden Celsius (heteluchtoven 20 graden lager). Snijd de aubergines overlangs doormidden en snijd ook midden door tot het groene steeltje (ziet er leuk uit). Maak met een klein scherp mes drie of vier parallel lopende inkepingen in het vruchtvlees, maar laat de schil heel. Draai de aubergines 45 graden en snijd ze weer in, zodat er een ruitpatroon ontstaat.

Leg de halve aubergines met de snijkant naar boven op een bakplaat bekleed met bakpapier. Bestrijk ze met olijfolie- en blijf ze bestrijken tot het vruchtvlees alle olie heeft opgezogen. Bestrooi ze met tijmblaadjes en een beetje zout en peper. Rooster de aubergines 35 a 40 minuten in de oven waarna het vlees gaar, geurig en lichtbruin moet zijn. Neem ze uit de oven en laat ze koud worden.

Maak in de tussentijd de granaatappel en de saus klaar. Snijd de granaatappel horizontaal doormidden. Houd de ene helft boven een kom met de snijkant naar de handpalm gericht en sla met de steel van een houten lepel zachtjes tegen de schil. Blijf met toenemende kracht slaan tot de pitten loslaten en tussen uw vingers door in de kom vallen. Zeef de pitten als beide granaatappelhelften leeg zijn om stukjes wit vel of vlies (smaakt bitter) eruit te halen.

Klop voor de saus simpelweg alle ingredienten door elkaar. Proef of hij goed op smaak is en zet hem tot gebruik in de koelkast. Schep voor het opdienen een royale hoeveelheid saus op elke halve aubergine, maar laat de steeltjes onbedekt. Bestrooi met za átar en flink  wat granaatappelpitten en garneer met de tijm. Maak het gerecht af met wat olijfolie.